Niet alle breinen zijn hetzelfde
Tijdens de Verbindings-Meetup kwamen we met een groepje CONSENT-gespreksleiders samen, zoals we dat elke maand doen voor mensen die bij ons een training hebben afgerond. Een plek waar we kunnen verdiepen, kunnen reflecteren, intervisie kunnen doen en ons kunnen laven aan het gedachtegoed van de CONSENT-methode.
De vraag kwam op:”In mijn team zijn er mensen die soms de methode, de stapjes van motie tot besluit, te snel vinden gaan. Wat kan ik doen?”
Regelmatig horen we dat mensen vinden dat de methode, het praten in rondes, veel tijd vraagt of dat het traag gaat. Dus blij verrast gingen we op dit onderwerp verdiepen, want er valt een heleboel over te zeggen. Eerst stelden we allemaal vragen in de beeldvorming. Hoe werken de bijeenkomsten nu? Wie zijn er allemaal aanwezig? Wordt er van tevoren een agenda gedeeld of worden de onderwerpen ter plekke bepaald? Worden onderwerpen besproken waar de aanwezigen ook echt over mogen beslissen en is het iets wat hun werk beïnvloed?
Hoe vaak worden deze bijeenkomsten gehouden? Hebben deelnemers ook iets te zeggen over de onderwerpen die op de agenda komen?
Een waar vragenvuur, heel belangrijk om samen af te stemmen en het beeld goed helder te krijgen.
In meningsvormende- en verdiepende rondes bespraken we met elkaar wat er aan de hand zou kunnen zijn en wat oplossingen zouden kunnen zijn. Al snel kwamen we er bij uit, dat niet alle breinen hetzelfde werken. Sommige mensen zijn meer visueel ingesteld, anderen hebben de tijd nodig om hun mening te vormen, sommige mensen willen een nachtje slapen over een besluit, de volgende vindt het fijn om een onderwerp in korte bullets uit te werken, of er zijn mensen die meer ervaringsgericht te werk gaan en de ruimte willen krijgen om iets uit te proberen. Eén van de deelnemers deelde, dat als er veel gesproken informatie is, ze tijd nodig heeft om dit te verwerken en dan een beetje dromerig voor zich uitstaart, dit kan lijken op ongeïnteresseerdheid of afwezig zijn. De snelle denkers onder ons houden er van als besluiten snel genomen kunnen worden. Zij kunnen razendsnel informatie verwerken en conclusies trekken, maar zo zijn we niet allemaal bedraad.
Een geweldig boek hierover is het boek ‘Als alle breinen werken’ van Saskia Schepers. Zij schrijft over hoe handig het is als we alle breinen, dus ook de neurodivergente breinen, mee laten doen op de werkvloer. Want dat is vaak een plek waar onze verschillen goed zichtbaar worden. Wel 20% van alle mensen hebben een brein dat anders werkt dan een standaard (neurotypisch) brein. En eigenlijk is natuurlijk elk brein uniek. Bestaat er eigenlijk wel een standaard brein?
Er ontstonden allerlei inzichten. Het is fijn als er van te voren een agenda is en dat belangrijke punten voorbereid worden en dat die informatie gedeeld wordt, zodat de collega die wat meer tijd nodig heeft zich vast kan inlezen. Voor een ander is die voorbereiding juist belastend en die heeft de voorkeur voor een uitgebreide beeldvorming tijdens de bijeenkomst. Of een beeldvorming met een praktische of visuele insteek.
Besluiten zou je desgevraagd in twee delen kunnen doen, dus de ene bijeenkomst meningsvorming en de volgende bijeenkomst besluitvorming. De gespreksleider of een deelnemer aan de bijeenkomst kan even checken of je inderdaad nog aangehaakt bent, als je afgeleid of afgehaakt lijkt. Je kunt een bijeenkomst kort houden en één punt per keer bespreken en dan vaker een korte meeting houden. En juist binnen de CONSENT-methode kun je in de rondes aangeven dat je meer tijd nodig hebt, dat het je te snel gaat of juist te langzaam. Het gaat erom dat al die perspectieven er mogen zijn en dat je rekening houdt met elkaars capaciteiten en tempo.
Het leuke is: iedereen kan altijd een motie indienen. Dus, als je de bijeenkomst anders vorm wilt geven, zodat het passend is voor alle verschillende breinen, dan maak je daar een agendapunt van.
We zeggen vaak binnen de CONSENT-methode: Haal de haast eruit, dan komt de vaart erin. Als mensen het gevoel hebben dat ze opgejaagd worden, dat we snel een besluit moeten nemen, dan bereik je vaak het tegenovergestelde. Mensen haken af of verliezen hun interesse, omdat ze het tempo niet bij kunnen benen. Je organisatie wordt echt beter als je omarmt dat niet alle breinen hetzelfde zijn en als je van je collega’s weet wat ze nodig hebben om het beste uit zichzelf te laten komen.